Vandaag heb ik een waargebeurd verhaal voor je.
Ik hoorde het van fruitteler Jan. Een tijdje terug had hij aan zijn Poolse medewerker Piotr gevraagd om 40 kisten naar buiten te rijden. Toen hij aan het eind van de dag bij de loods kwam, zag hij dat de héle loods leeg was gehaald.
Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Inmiddels was het kwart over zes. Jan vroeg Piotr of hij de kisten vandaag nog wilde terugrijden in de loods, en of hij daarbij hulp nodig had. Nee, dat hoefde niet — hij kon het wel alleen aan. Tot Jans grote verbazing stonden alle kisten er nog toen hij de volgende dag bij de loods aankwam.
Het is een van mijn favoriete culturele misverstanden: de verschillende betekenis van de woorden ja en nee. De een denkt: ja is ja. Voor de ander, afkomstig uit Midden- of Oost-Europa, ligt dat net even anders.
Ken je de yes-cultuur?
Medewerkers uit Midden- en Oost-Europa zijn opgegroeid in de zogenaamde yes-cultuur. Dat betekent dat ‘ja’ voor hen verschillende functies heeft, afhankelijk van de situatie. Ja kan betekenen: misschien. Nee. Of soms gewoon: ja.
Als medewerkers ja zeggen terwijl ze nee bedoelen, is dat geen kwestie van liegen. Ze kúnnen simpelweg niet direct zijn. Dat heeft alles te maken met hun culturele achtergrond — en die verander je niet zomaar.
Hoe ga jij ermee om?
Je medewerker kan je niet veranderen. De beste veranderingen beginnen bij jezelf. Maar hoe kom je er dan achter wat je medewerker echt bedoelt? Eerst een tip die misschien wat minder voor de hand ligt: actief luisteren. Als je echt wilt weten of je medewerker ja of nee bedoelt, moet je goed doorvragen. Gebruik daarvoor de LSD-methode: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen.
Daarbij zijn er vijf concrete stappen die je kunt zetten.
1. Controleer het werk
Sommige medewerkers denken dat ze falen wanneer ze een fout maken. Ze nemen dan ook niet snel de verantwoordelijkheid voor een vergissing op zich. Daarom is het belangrijk hun werk tijdens de uitvoering én na afloop te controleren.
2. Fouten maken mag
Leg uit dat iedereen fouten maakt — niets om je voor te schamen. Als je een fout maakt, meld je dat. Daarna kan er een oplossing komen. Daar leert iedereen van.
3. Moedig vragenstellen aan
Zeg dat je het snapt als ze werkinstructies niet meteen begrijpen, en dat je de instructies graag herhaalt. Dat is veel beter dan het werk opnieuw moeten doen.
4. Bouw aan vertrouwen
Zorg voor een goede werksfeer waarin mensen zich gezien en gehoord voelen, en niet het gevoel hebben dat ze op hun tenen moeten lopen.
5. Geef zelf het goede voorbeeld
Wees open en transparant over je bedoelingen. Doe wat je zegt en kom gemaakte afspraken na. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Weten hoe Language Switch uw organisatie kan helpen? Bekijk de trainingen of plan vrijblijvend een kennismakingsgesprek in.