“Hij zei ‘ja’, maar deed iets heel anders”

Een ervaring van een leidinggevende bij een fruitbedrijf in de buurt van Utrecht
Misverstanden in de communicatie voorkomen

“Afgelopen vrijdag vroeg ik aan Piotr, een van onze Poolse medewerkers, of hij 40 kisten naar buiten wilde rijden. Later die dag liep ik even naar de loods om te checken, en tot mijn verbazing zag ik dat álle kisten buiten stonden. De héle loods was leeggehaald. Dat was natuurlijk helemaal niet de bedoeling.

Het was inmiddels kwart over zes, dus ik vroeg hem of hij de kisten diezelfde avond nog terug wilde zetten – en of ik daarbij moest helpen. Hij zei vriendelijk: ‘Nee hoor, dat lukt wel alleen.’

Maar toen ik de volgende ochtend weer bij de loods kwam, stond alles er nog precies hetzelfde bij. Geen enkele kist was teruggezet. Ik vroeg Piotr wat er was gebeurd. Hij antwoordde: ‘Ja… ik dacht dat ik het wel zou redden, maar mijn vrouw belde dat ik naar huis moest komen. Ik wilde je niet lastigvallen ’s avonds.'”

Wat ging hier mis?
We horen dit soort verhalen regelmatig. De oorzaak ligt meestal niet in onwil, maar in verschillen in communicatiecultuur.

Veel arbeidsmigranten uit landen als Polen, Roemenië of Hongarije zijn opgegroeid in een zogenoemde ‘YES-cultuur’. Daarin is ‘ja’ niet per definitie een bevestiging, maar vaak een beleefd antwoord, bedoeld om de ander niet teleur te stellen of gezichtsverlies te voorkomen.

In Nederland zijn we gewend aan directe communicatie. We verwachten dat ‘ja’ ook echt ‘ja’ betekent. Dat verschil leidt vaak tot misverstanden, vooral wanneer medewerkers geen vragen durven stellen of geen fouten durven toe te geven.

Hoe voorkom je dit soort miscommunicatie?

1. Luister actief en blijf doorvragen
Stel open vragen. Vraag of iemand kan herhalen wat je bedoelt, of laat hem voordoen wat hij gaat doen. Zo merk je meteen of de instructie duidelijk is.

2. Controleer het werk – uit betrokkenheid
Door in een vroeg stadium samen te kijken naar het resultaat, geef je ruimte om bij te sturen. Niet vanuit wantrouwen, maar als ondersteuning.

3. Normaliseer vragen en fouten maken
Maak duidelijk dat fouten erbij horen – en dat het juist professioneel is om hulp te vragen. Zeg bijvoorbeeld:

“Onze beste medewerkers stellen juist veel vragen.”

“Ik vraag ook om uitleg als ik iets niet meteen begrijp.”

“Het is fijner om het nog een keer uit te leggen dan om werk opnieuw te moeten doen.”


Tot slot
Een simpele ‘ja’ is soms allesbehalve duidelijk. Door rekening te houden met culturele verschillen en bewust te communiceren, kun je als leidinggevende veel misverstanden voorkomen. Het kost misschien wat extra tijd, maar levert uiteindelijk helderheid, betere samenwerking en meer vertrouwen op – voor iedereen op de werkvloer.

Delen