Als je niks doet, maak je ook geen fouten. En als je wel wat doet, tja … dán maak je onvermijdelijk fouten. En dat is helemaal goed, want zonder fouten geen groei.
In mijn trainingen zie ik het elke week wel een keer gebeuren. Deelnemers vertellen enthousiast over hun werk in het Pools of Roemeens. Maar ze vallen stil zodra ik ze vraag om Nederlands te spreken. In die stilte hoor ik zoveel! Niet over een gebrek aan motivatie. Wel over wat iemand jarenlang heeft meegekregen: dat het maken van een fout iets zegt over jou als persoon. Dat je dan zelf ook ‘fout’ bent. En dat je beter je mond kunt houden dan iets verkeerd zeggen.
Ik ken die gedachten zelf maar al te goed. Inmiddels kan ik er goed mee omgaan, en weet ik deelnemers uit te nodigen om wél te praten. Altijd volgt er dan dat ene moment in de training. Een kleine glimlach. Een aarzelende poging. Een half uitgesproken zin. Niets maakt me blijer dan dat. Want groei begint niet bij perfecte woorden, maar bij durven proberen en vertrouwen opbouwen.
Als deelnemers dat vertrouwen meenemen naar de werkvloer gebeurt er iets: ze gaan vragen stellen, sneller reageren, nemen initiatief en voelen zich onderdeel van het team.
Perfecte taal is niet belangrijk. Het gaat erom dat er een veilige omgeving gecreëerd is waarin fouten mogen worden gemaakt. Fouten zijn er immers gewoon om op te lossen.