Waarom je Nederlands moet praten met je internationale collega’s

Oefening in de praktijk is onmisbaar
Praat Nederlands met Internationale collega's

Door Agata Wolters

Een vreemde taal leer je niet in je eentje. Dat geldt ook voor je Poolse, Roemeense of Oekraïense medewerkers en collega’s. Ook al volgen ze een taalcursus Nederlands, alleen daarmee zijn ze er nog niet. Oefening in de praktijk is onmisbaar: fouten maken, verbeterd worden, veel luisteren, en vooral – de taal gebruiken.

Wanneer je als collega consequent Nederlands spreekt, geef je hen de kans om écht vooruit te komen. Dat betekent: beter luisteren naar werkinstructies, makkelijker meedoen aan gesprekken op de werkvloer, en zich minder buitengesloten voelen.

Ik sprak laatst met Marek, een van onze cursisten. Hij wil dolgraag Nederlands oefenen, maar telkens als hij zijn collega’s in het Nederlands aanspreekt, krijgt hij antwoord in het Engels. Of erger nog: hij wordt uitgelachen om zijn accent. Toch blijft hij volhouden, omdat hij wéét dat oefenen de enige manier is om beter te worden.

Daarom mijn oproep aan iedereen die met Poolse (of andere anderstalige) collega’s werkt: spreek Nederlands met ze. Hier zijn een paar praktische tips:

  • Spreek rustig, duidelijk en herhaal belangrijke woorden.
  • Controleer of instructies zijn begrepen – neem geen genoegen met een beleefde ‘ja’.
  • Laat medewerkers uitleggen of voordoen wat je bedoelt.
  • Stap pas over op Engels als het echt nodig is, bijvoorbeeld voor de veiligheid.
  • Moedig informeel contact aan: nodig Poolse collega’s uit aan de lunchtafel, stel eventueel een roulatieschema op.
  • Geef het goede voorbeeld: spreek hen standaard in het Nederlands aan.
  • En belangrijk: maak geen grapjes over hun accent – wacht tot ze zelf kunnen teruggrappen in het Nederlands.


Deze kleine aanpassingen maken een wereld van verschil. Voor je Poolse collega’s én voor de sfeer op de werkvloer.

Bespreek het eens met je team. Wie weet hoeveel verschil jullie morgen al kunnen maken.

Delen